“Leven volgens het geloof, is de sleutel tot een succesvol leven”, zei een Ghanese vriend van mij met een zelfverzekerde blik alsof hij echt honderd procent zeker wist waarover hij sprak. Ik nam de woorden dorstig in mij op alsof de woorden zo vloeibaar als water waren. Ik knikte alsof ik zelf middenin een kerkdienst zat te luisteren naar de predikant die, met al wat in hem zit, het woord van God zat te verkondigen. Ik weet hoe het eraan toe ging in de kerk, omdat ik al mijn hele leven, elke zondag, naar de kerk ging. “Amen broertje”, zei ik bevestigend, terwijl ik mijn slanke blanke handen de lucht in zwaaiden. Het leek alsof ik mijn armen uitstrekte en de wolken aanraakte.

Zo heb ik het opgepikt in de kerk. Al vanaf mijn geboorte ben ik betrokken bij het christendom. Voor mij was dat het juiste geloof.  Niet dat ik zelf de keuze had gemaakt, het werd in mijn gezicht gedrukt, alsof ik verplicht was eten te eten dat ik helemaal niet lekker vond. Maar omdat het mijn ouders waren die het in mijn gezicht drukten, moest deze maaltijd, het christendom, wel gezond zijn.

Nu kijk ik daar anders tegenaan. Ik zie veel christenen juist als schijnheilige huichelaars, maar niet allemaal. Als je alleen met feestdagen naar de kerk gaat, naar de kerk gaat om “gezien te worden” en bidt uit hebzucht, dan heeft zogenaamd geloven voor jou dus geen zin. Ik zie het vaak om mij heen dat mensen alleen christen, moslim of iets dergelijks zijn, wanneer het hun uitkomt. “God, alstublieft, help mij, ik heb u nodig!” hoor je ze dan roepen. “Waar was je toen het niet slecht met je ging?” zou ik dan vragen als ik God was.

Niet alleen mensen die naar de kerk gaan kunnen schijnheilige huichelaars zijn, ook de mensen die de kerk hebben gesticht zelf. Het komt zelfs voor dat zij misbruik maken van de mensen die wel echt ergens in geloven. Tegenwoordig bestaat het zelfs dat er criminele bendes zijn binnen de kerk. Gekker dan dit kan het toch niet worden, geloof ik.

Door al deze negatieve kanten werd er bij mij een negatief beeld geschapen over de meeste religies. Ook door de eenzijdige informatie die de media verschaft over bijvoorbeeld moslims. Niet elke moslim is een extremistische zelfmoordterrorist. Het gebeurt wel eens dat er een aanslag wordt gepleegd, maar dit komt door mensen die het geloof verdraaien en teksten uit heilige boeken verkeerd interpreteren, zoals Geert Wilders heeft gedaan met de Koran in zijn film Fitna. Er zijn mensen die hierdoor zwaar beïnvloed raken, maar die mensen bekijken het door een beslagen raam. Waarschijnlijk kijken ze ook niet verder dan hun neus lang is. Valse interpretaties en manipulatie zorgen voor valse idealen. Het zijn niet de Bijbel of Koran die verkeerd zitten, het zijn de mensen die de verkeerde kennis doorgeven.

Ik heb gebeden tot God en geloofde er in dat wat ik wilde uit zou komen en het is uitgekomen. Ik geloof, maar sta nu nog bij geen enkele groep. Vroeger werden het christendom en jodendom door mijn strot gedauwd, nu sta ik nergens, maar in de toekomst ben ik bereid zelf de keuze te maken om te staan waar ik wil staan. Ik ben er zeker van dat mijn ouders het niet eens zullen zijn met mijn keus, maar als iemand ergens sterk in gelooft, is het moeilijk om hem hiervan af te brengen. Voor veel mensen is het geloof een grote steun, een bron van geluk en hoop. Geloof kan mensen uit elkaar drijven, samenbrengen, maar ook bij elkaar houden. De een gelooft in een god, de ander gelooft in goden en weer een ander gelooft ergens anders in. Zo heeft elk individu zijn eigen ding, maar wij “gelovigen” zijn het over één ding allemaal eens. Zoals de kaart in mijn kast op de begane grond die geplakt is tegen de muur naast de wasmachine zegt: “Geloven is het zeker zijn van wat we hopen en zeker weten wat we niet zien.”