Winti in de Surinaamse literatuur: sprake van culturele bewustwording?

Enkele schrijvers kort belicht 

door Jerry Dewnarain

Inleiding en verantwoording

In deze lezing is een selectie gemaakt van boeken (fictie en non-fictie) die zijn verschenen over winti in de Surinaamse literatuur. Deze worden kort besproken. De afbakening van de keuze van boeken is de jaren zestig van de vorige eeuw (Johanna Schouten-Elsenhout Awese (1965). Waarom? Rond deze periode was het proces van dekolonisatie in volle gang. Het nationalisme stak op (politiek gebied). Op literair gebied merken wij de komst van vele geëngageerde schrijvers zoals Trefossa, Edgar Cairo, Astrid Roemer, maar ook dichters als Dobru en Slory. Was de bewustwording (wi egi sani) op cultureel gebied met name op religieus gebied waaronder de beleving van de wintireligie ook in volle gang? Zo ja, hoe uit die bewustwording in de Surinaamse literatuur? Mijn lezing bestaat uit twee delen. In het eerste deel bespreek ik enkele non-fictie boeken en in het tweede deel fictie. De keuze van de boeken is persoonlijk en dus incompleet. Daarom kan het best zijn dat u enkele schrijvers zult missen zoals Thea Doelwijt en Charles Wooding. Deze lezing gaat niet over de betekenis en inhoud van winti of de wintileer, maar ik belicht de receptie van de door mij geselecteerde Surinaamse literaire werken.

Wat is winti?

De winticultuur is een geloofstraditie die meegebracht is door de uit West-Afrika afkomstige slaven. Later is er vermenging ontstaan met andere inheemse traditiepatronen, zelfs met enkele christelijke geloofselementen. De god Anana Kedyaman Kedyanpo is binnen deze cultuur de drijvende kracht die allesomvattend is. De wintitraditie is sterk verbonden met de natuur, met de grond, het water, de planten en bomen en de lucht, het heelal, en wordt meestal ook uitgedragen in de natuur. Binnen de winticultuur kunnen problemen van mensen via rituelen opgelost worden.

Winti leert een mens hoe hij zijn leven geestelijk moet ordenen. Dat is een overeenkomst met andere godsdiensten. Binnen de rituelen worden liederen en dansen gebruikt en allerlei voorwerpen zijn functioneel. De mens heeft zijn ‘kra’, zijn eigen ik, een onafhankelijke geest die wel afhankelijk is van het grote geheel. Die geestelijke krachten van de mens, de winti, blijven na de dood aan de yorka – de menselijke geest die blijft – gekoppeld. Zolang de ‘kra’ sterk is in de mens, is er levens- en wilskracht. Door een combinatie van natuurelementen met rituelen kan de ‘kra’ versterkt worden en kan disharmonie, bijvoorbeeld binnen een familie, verdwijnen.

De lezing bestaat uit tweede delen. In het eerste deel bespreek ik enkele non-fictie boeken en in het tweede deel fictie. Mijn lezing gaat niet over de betekenis en inhoud van winti of de wintileer, maar ik belicht de receptie van de door mij geselecteerde Surinaamse literaire werken.

Wintireligie en het Christe

Er zijn de afgelopen jaren enkele publicaties over winti verschenen zoals ‘Relatie: Wintireligie en het Christendom‘ van R. Berenstein. Berenstein stelt een beroemde kwestie aan de orde voor mensen die christen zijn en ook de wintireligie (als we het zo mogen noemen) belijden. Het is een levensgroot probleem voor vele christenen van de oude en nieuwe christelijke instituties die aan beide loyaal willen en kunnen zijn.

Ik en mijn GodIn die trant heeft Dion Cameron zijn Ik en Mijn God. Een boek over winti cultuur gepubliceerd. Het is een tweede druk van zijn Ik en Mijn God. Suriname anders bekeken: deel 1 uit 2005. De uitgave van 2006 heeft een andere, duidelijker titel en is ook dikker. Het boek van 2005 heeft 182 bladzijden, dat van 2006 beduidend meer, namelijk 201. Cameron wil de waarde van winti naar voren brengen. Zijn publicatie valt onder het literaire genre van getuigenis. Hij wil de ander overtuigen van de waarde van de winti-religie.
Cameron, zelf dresiman, trekt ten strijde tegen mensen die in feite misbruik maken van geloof en de mensen verlakken. Hij is een vechter tegen de mensen die iets tegen winti hebben maar ook een vechter voor een zuiverder winti, aangezien er veel bedrog binnengeslopen is waardoor een vals beeld van winti circuleert. Mensen worden soms bedrogen, niet geholpen en zomaar het bos in gestuurd. Cameron heeft een nieuwe visie: hij maakt dus een combinatie van diverse religieuze tradities, maar het moet de mens wel ten goede komen en die mens moet alert zijn en geen kat in de zak kopen. Hij heeft ook een nieuwe formulering van wetten die de mens aangaande zijn/haar heil dient te onderhouden, een soort tien geboden (p. 110).

Onder de winti verstaat Cameron: 'de winti begeleid' [volgens mij: begeleidt] 'de kra (u) om zijn reis op aarde met zo min mogelijk schade en schande te vervullen. Deze gids helpt u dan de op uw weg gelegen blokkade te overstijgen' (p. 51). Hij noemt de winti ook engel (p. 60): dus hij wil alle negatieve gedachten dienaangaande de wind uit de zeilen (of de zielen!) halen. De mens heeft fundamenteel geen last van winti maar juist gemak als die mens maar weet hoe het fenomeen te verstaan en hoe te handelen. Cameron maakt niet altijd duidelijke distincties en behandelt in ieder geval niet alles rond winti. Dus nauwelijks iets over wintiprei.

Transculturele psychiatrie

Voor Henri Stephen en zijn Psychose en Trance. Geestelijke gezondheidszorg op het kruispunt van de Nederlandse en Surinaamse cultuur is de discussie over de verhouding tussen winti en christendom eigenlijk geen punt meer. Hij stelt vrijheid en bevrijding centraal. Mocht een mens ziek zijn, dan kan die er menselijkerwijze gesproken van bevrijd worden, mits deskundigheid en openheid niet in het geding zijn. Op Surinaams religieus vlak is er heel wat te doen. De zorg om trance onder de schoolgaande jeugd in Suriname, statements van religieuze leiders, kerkelijk beleid om de touwtjes aan elkaar te kunnen binden, zorg voor begraafplaatsen etc. Met de publicatie van Stephen kan menigeen verder komen. Stephen rafelt menselijke (dus ieders) gedragingen uit ten behoeve van effectieve hulp.

Asayse Nana A Nyamkemponudy

Ook Juliën Zaalman heeft een aantal boeken over winti gepubliceerd. Een belanghebbend boek is Asayse Nana A Nyamkemponudyima en de ondertitel is Hoe Anana zich aan de mens openbaart (eind 2007). Zaalman wil winti naar voren brengen, het taboe erop wegnemen en presenteren als de ware religie. Het is niet de eerste keer dat Zaalman publiceert. Hij is al lang met het onderwerp winti bezig en heeft August een Bonuman (2002), Gilly en Lise, de Beleving van het geloof in Winti (2005) en Mi Abre Mi Abre Mi Kuminiti-ye (2006) in voorgaande jaren gepubliceerd. Asayse Nana A Nyamkemponudyima (2007) heeft een inleiding getiteld ‘Asayse Nana’. Het boek gaat over de kracht Anana Kedyaman Kedyanpo, dat is de A Nyamkemponu, die zich uit door zich aan de levenden te openbaren.

A Nyame

In A Nyame, pakt Zaalman het anders aan. Hij geeft: Een uiteenzetting van de Winti-leer, min of meer formeel, logisch en systematisch. Zaalman presenteert een uitgebreide proloog onder de titel ‘Er was geen leven en toen was er leven’. Het is een verhaal over het begin van het leven in ‘Nengre-kondre’. Daarin wordt de wereld van dit boek symbolisch voorgesteld. A Nyame is, volgens Zaalman, Eeuwige Levenskracht, Eeuwige Geest, Eeuwige Macht, Volmaker en Volbrenger, Bestaan en Leven. Die eeuwige kracht van A Nyame uit zich op drie manieren in Het Zijn: als Nyamzangi (1), als Nyamkemponu (2) en als Odumankama (3). Dat Zaalman een poging doet de winti-leer uiteen te zetten voor een breder publiek is een grote verdienste. Zeker in het kader van de interreligieuze dialoog waarmee Suriname zoveel ervaring heeft en andere mensen kan voorgaan. Het is de winti-leer van Juliën Zaalman.

Gily en Lise In Gily en Lise worden de rituelen en hun diepgang uitgebeeld aan de hand van het leven van een echtpaar die geestelijke armoede kende en naar een oplossing zocht om de negatieve spiraal, waarin ze met hun leven waren beland, te doorbreken. Ze wilden samen het leven voortzetten, maar dan moest dat verlost worden van alle hebi die ertoe leidde, dat ze samen geen plezier ondervonden. Het huiselijk leven was zeer belast en bestond uit constante scheld- en vechtpartijen, burengerucht, bedreigingen en dergelijke. Ze kenden het begrip lief en leed samendelen niet. Gily en Lise vertelt aan de belijders dat de manier waarop zij zich moeten gedragen één moet zijn van waardigheid, respect, vertrouwen en verdraagzaamheid en dat fnuikend gedrag afkeurenswaardig is en achterwege gelaten moet worden. Twee mensen die met elkaar willen samenwonen moeten leren elkaar te begrijpen en lief te hebben. Zij moeten zich kunnen schikken in hun levenssituaties om tot compromis te komen. Winti pleit voor een evenwichtig geestelijk vermogen, waardoor mensen de impact van negatieve effecten in levenssituaties moeten kunnen meten om tot een balans te komen. Zaken die een gezonde voortgang van het leven knellen, moeten op volwassen wijze worden benaderd om tot oplossingen in deze te komen. Volgens de leer in Winti moeten mensen geestelijk op elkaar zijn ingesteld om bij elkaar te passen of met elkaar op de juiste wijze te kunnen omgaan. Is deze basis broos of valt hij weg, dan is dat de basis van tegenslagen, de verwijdering of het verval.
Wat moeten we uit het voorbeeld van Gily en Lise halen?
- Ten eerste moet het voor de mens duidelijk zijn dat waarden en normen belangrijk zijn om een bepaald levenspatroon aan te heffen. Wie een duurzaam leven wil opbouwen, zal zich geestelijk in een reine omgeving moeten manoeuvreren.
- Ten tweede is het belangrijk te weten dat het geestelijk leven inherent is aan het menselijke leven. Niets gebeurt zonder een effectieve en efficiënte samensmelting van mens en geest; een positie van waaruit levensomstandigheden naar hun juiste vermogens verklaard kunnen worden.

- Ten derde moet geloof, de overtuiging ervan en het ondernemen van stappen om dit geloof te vestigen, de mens een betrouwbaar beeld geven van leven, waarbij het op richtige wijze HEBBEN EN KRIJGEN tot de normale verdiensten zullen gaan behoren.

August een Bonoeman

Het eerste boek over een bonuman is August een Bonoeman (2002) zit wat dat betreft beter in elkaar dan ‘BàSì Ramon Mac-Nack. Een spirituele biografie’ (2010). Aan het slot van het boek is er een duidelijk overzicht van alle aspecten van de wintireligie. Dat ontbreekt in ‘BàSì Ramon Mac-Nack. Een spirituele biografie’. Het boek August, een Bonoeman geeft aan de hand van vertellingen chronologisch, gefundeerd en op zeer simpele wijze aan wat het wezenlijke karakter is van Winti. Dit boek bestaat uit 12 hoofdstukken, waarin de mens wegwijs gemaakt wordt op welke wijze Winti beleden wordt. In dit boek wordt aan de hand van enkele authentieke gevallen de werking van de winti­geloofstradie beschreven. Verder, dat Winti te maken heeft met de dieptewerking van de Akara (de Eigen Ik) en dat storingen op dit vlak kunnen leiden tot onevenwichtigheid en instabiliteit van lichaam en geest. In dit boek gaat het niet om de gave van een bepaalde bonuman aan te prijzen, maar het is bedoeld om het instituut BONOEMAN nader aan te duiden. In het boek AUGUST, EEN BONOEMAN wordt niet alleen August als bonuman personage getypeerd, maar verspreidt over de verschillende verhalen zijn er meerdere bonuman aangeduid die het geheel op een bepaalde wijze vertolken. De bonuman is in deze een samengestelde figuur, een figuratie van alle bonuman, kenners en belijders van Winti waarmee gesproken is.

Awese

Door zijn inleiding, ‘Prologue’, en woordenlijst probeert Olivieira een gids te zijn voor het beter begrijpen van de gedichten van Johanna Schouten. In deze winti-interpretatie van de poëzie van Schouten staat France wel heel nadrukkelijk tussen de lezer en de gedichten. Daar kan niemand bezwaar tegen hebben. Wel zijn er andere interpretaties mogelijk. En dat is nuttig voor het literaire bedrijf in Suriname.

Olivieira heeft met deze publicatie drie dingen gedaan. Hij heeft door zijn vertaling de poëzie van Johanna Schouten-Elsenhout toegankelijk gemaakt voor Engelstaligen, hij heeft door de herdruk de Sranan gedichten weer ter beschikking gesteld van Surinamers en hij heeft door zijn winti-interpretatie een aanzet gegeven tot een eigen Surinaamse literaire discussie, in dit geval over de poëzie van tante Jo.

Kollektieve schuld

‘Verzoening met ONZE goden’

Ook Edgar Cairo heeft over winti geschreven. Zo ook in Cairo’s eerste roman Kollektieve schuld. Famir’man-Sani (1976) kwam uit in de Derde Spreker-serie van NOVIB. Dit boek is een klassieke Surinaamse roman over de jaren zestig, toen winti streng verboden was. Dat zien we ook op de manier waarop de doodsoorzaak is vastgesteld van Mma Marjana. ‘Doodsoorzaak: ten gevolge van het opzettelijk creëren van een toestand van lichamelijke en geestelijke opwinding, een bevlieging, winti, ontstond in de hersenen van het slachtoffer een bloeding. Hieraan is ze komen te overlijden.’ Centraal in de roman staat het zoeken naar geluk, het vinden van identiteit, verzoening van de creool met zijn beladen verleden, de trauma’s van de slavernij en het kolonialisme, schuld en schuldgevoel, slaafs, winti en ook opstandig gedrag. ‘Famir’man sani is dan ook een persoonlijk verslag van de worsteling van mensen. Van ons, die arm waren en pijn hadden. Van ons, die bevrijding zochten. (…) Als schrijver vecht ik fo een ander soord bevrijding: de verzoening van de negerman met zijn verdomde kultuur, kultuur die blanken ons hadden leren verwerpen en haten. Want ’t was afgodische negerachtige nonsenserij. No? (Inleiding bij de derde herziene druk)

Elzaro YorkafowruEen van de kerngedac1htes in Cairo’s werk wortelt in de uit Afrika afkomstige winticultuur of wintireligie, die hij in de inleidingen op zijn toneelstuk Elzaro & Yorkafowru toepast. Wezenlijk in de winti-filosofie is volgens Cairo dat alles, elk ding, elk wezen, tweezijdig is, met een lichte, de dagelijkse, menselijke, en een donkere, de metafysische, goddelijke kant. Het bestaan van elk individu wordt bepaald door een scheppende, levende en een ontbindende, destructieve kracht. Door de winti-cultuur kan evenwicht gebracht worden tussen deze twee, maar de mens moet er open voor staan, zich niet ervoor schamen alsof het iets minderwaardigs is, horend bij een ‘lage’ cultuur. Yorkafowru, Elzaro en de doodsboodschapsvogel is in april 1998 opgevoerd. Dit toneelstuk van Cairo werd door Sharda Ganga bewerkt. Dit stuk is vanuit een wintidenkkader geschreven en gaat over de worsteling van mensen met hun koloniale verleden.

Yorkafowru

Het stuk confronteert de toeschouwer met hun eigen zware hebies, als mens en vooral als Surinamer. De nog ongeboren Elzaro in het stuk voert een harde en ongelijke strijd met de geest Yorkafowru met wie hij tot een eenheid moet komen om geboren te kunnen worden. Dat dat niet lukt, levert een deprimerende (neerslachtig/ontmoedigen) afloop op. Cairo geeft een portret van een groot deel van het Surinaams volk, of het dat nu wil erkennen of niet. De spiegel die Cairo maakt, is ook zijn eigen spiegel van worsteling van het menselijk bestaan, het Creool zijn en Surinamer zijn. Verrassend in dit stuk is dat Cairo ook aangeeft dat er een soort karma is: je kiest als mens je ouders om een bepaald levensplan te vervullen. Ouders gaan er immers vaak van uit dat ze rechten hebben op hun kinderen, ze zien ze als een soort bezit. Kort nadat Yorkafowru in première was gegaan, klonk er een opvallende reactie uit het publiek dat de voorstelling niet had gezien. ‘Saaaang de elite speelt nu ook winti! Het werd een beetje spottend naar voren gebracht. Alsof er met deze voorstelling twee eenheden waren samengebracht die niet bij elkaar pasten. Tegelijkertijd klonk er in deze opmerking ook iets van trots door. Van waardering over het feit dat wat al zo lang in een verdomhoek had gezeten, nu eindelijk voor het voetlicht werd gehaald.

Waarom zou je huilen mijn l

In 1979 verschijnt de novelle Waarom zou je huilen mijn lieve, lieve…. In dit werk heeft Roemer een uitzichtloze kijk op het leven. In een poëtische, beeldende stijl beschrijft ze de schrijnende armoede waarin lotexman Christiaan Nums zijn leven leidt. Hiermee legt ze maatschappelijke verhoudingen en hypocrisie binnen de Surinaamse samenleving bloot. Het enige licht in het armoedige bestaan van Christiaan is de liefde voor zijn vrouw Nora, die door haar olifantsbenen in haar bewegingen en haar eigenwaarde wordt geremd. Christiaan werkte vroeger in het binnenland, in de balata, en heeft van zijn arbeid een huis voor Nora en hun negen kinderen kunnen kopen. Door omstandigheden is hij dit kwijtgeraakt, en hij voelt zich zeer schuldig over het feit dat ze nu in een erfwoning hun onderkomen hebben. Hij heeft ook niet kunnen voorkomen dat Nora in regenweer over het smerige erf moest, waardoor ze filaria opliep.

Christiaan verkoopt loten in de stad. Hier voelt hij zich niet gelukkig bij, maar het is een manier om wat inkomsten binnen te halen. Op een gegeven moment blijft hij met één lot zitten. Bij een van de mensen op het erf kijkt hij ’s avonds met de anderen naar de loterijtrekking op tv. Dan blijkt dat op zijn lot de hoofdprijs is gevallen: 100.000 guldens. De bonuman begint al meteen een wasi en een kra-tafra te organiseren. Plotseling staat familie op de stoep van wie hij het bestaan niet eens wist. Zijn kinderen willen hem nu wel geld lenen om een groot feest te organiseren. En natuurlijk belooft Christiaan zijn oogappeltje, kleindochter Josta, gouden bergen aan snoep, speelgoed en armbandjes. Maar het belangrijkste wat Christiaan wil doen, is Nora laten opereren aan haar benen. Deze hoop op een betere toekomst verdwijnt als hij het lot gaat halen. Het jasje waarin hij het had weggestopt is op de grond gevallen en de ratten hebben het papier in duizenden snippertjes kapot geknaagd.

In dit kleine verhaal weet Astrid Roemer zowat alle menselijke eigenschappen te leggen. Ze gebruikt hiervoor beelden die bijzonder functioneel zijn en motieven die steeds terugkeren. De ratten bijvoorbeeld, die het teken zijn van naderend onheil. Zoals ook in haar latere werk, is hier geen woord te veel of verkeerd geplaatst. De auteur heeft nagedacht, herschreven en rond gemaakt. Maar deze novelle geeft meer prijs aan de gevorderde lezer: Christiaan moet een ‘wintiprei’ geven om uit de armoede te geraken. Ook hebben zij hun verplichtingen aan de winti/ ‘geesten’ verzaakt waardoor er veel kommer en kwel over het gezin van Christiaan is gekomen: een mekunu. Volgens de neef van Christiaan uit Para kan deze kunu alsnog voorkomen worden als er een wintiprei met tafra wordt gegeven. Tegenwoordig schijnt het wintigeloof steeds meer geaccepteerd te worden door de creoolse bevolkingsgroep. Of Roemer in deze novelle de draak steekt met het wintigeloof is niet makkelijk vast te stellen, maar duidelijk is wel dat deze schrijfster, zelf van creoolse komaf, het wintigeloof in de novelle een ondergeschikte positie toewijst: Christiaan pleegt zelfdoding door in de Surinamerivier te springen. Voordat hij dit doet gooit hij de zilveren ring die hij van de bonuman heeft gekregen, in het water. Hij rekent af met de winti. Bovendien probeert zijn vrouw vergiffenis te vragen voor het houden van de wintiprei door een heilige mis voor haar Chris te laten opdragen. Een wintiprei wordt gegeven om de winti goed te stemmen, om een wens in vervulling te laten gaan. Edgar Cairo, generatiegenoot van Roemer, gebruikt het wintigeloof ook in zijn oeuvre. Beide schrijvers zijn geëngageerd en belichten het wintigeloof vanuit hun eigen invalshoek. Cairo doet dat veel eerder en met een duidelijk statement in ‘Kollektieve schuld’ (1976). Volgens hem is winti een levensfilosofie met godsdienstige en medicinale aspecten.

Voor mij ben je hier

Clark Accords Una casa paricular

Een casa particular is een privéhuis waar toeristen kunnen logeren voor korte (enkele uurtjes), maar ook voor langere perioden. In het achterhuis van deze casa bevinden zich de huurkamers waar eeuwen terug ook de slaven van de familie van Rosaria huisden. Het achterhuis was intussen het domein van de geest van de overleden Yoruba-slavin Mbuye, die de vrucht uit haar schoot rukte nadat ze zwanger was geraakt van de betovergrootvader van Rosaria. Een verhaal dat verweven is met fictie en non-fictie! Het bijzondere van dit verhaal is dat Accord een fantastisch verhaal heeft neergepend, compleet met gewoontes en morele waarden die zich identificeren met de culturen van het Caraïbisch deel van Cuba uit een koloniaal tijdperk. In een eenvoudig verhaal heeft Accord de mystieke en folkloristische rijkdom van een Cubaanse familiegeschiedenis samengevat. Hij verwerkt twee onderwerpen in zijn verhaal: enerzijds de casa en de familiegeschiedenis van Rosaria. Anderzijds smeedt hij de gewoonten van de bewoners, de godsdienst (de santeria of het Cubaanse winti-geloof) en het rooms-katholieke geloof tot een typisch verhaal: een Caraïbisch verhaal. En dat maakt Clark Accord ongetwijfeld ook een Caraïbische schrijver!

  

Conclusie

Vanuit theologisch standpunt zien wij dat bepaalde publicaties interessant zijn, niet zozeer om wat over winti en aanverwanten naar voren wordt gebracht, maar wel omwille van de houding die eruit spreekt en een grote groep mensen vertegenwoordigt. Dat betreft in de regio ook voodoo, santería (Cuba), candomblé (Brazilië), konfo (Guyana), orisa (Trinidad), Baptist Shouters, Rastafaria, Rada, Kele, Kumina en andere religieuze fenomenen in een gebied waar enkele religies met elkaar in aanraking komen en daar iets mee doen. Er is sinds de slaventijd al heel veel nieuws boven gekomen. Daarbij moet opgemerkt worden dat de zogeheten volksreligieuze fenomenen heel lange tijd onderdrukt zijn. Er vindt veel religieuze communicatie plaats, vaak opvallend sluimerend en op lange termijn. Winti wordt door christenen vaker bekritiseerd ten eigen voordeel. Een tergend probleem is dat vele wintigeestelijken vaker grijpen naar bijbelse teksten om rechtvaardiging te zoeken in wat ze doen. Steeds wordt door hen naar de christelijke opvatting van geloofsbenadering gegrepen. Dat is de invloed van het koloniaal denken dat doorwerkt op het nageslacht. Winti wordt door vele wintileiders niet als zelfstandige geloofsleer benaderd, ondanks ze door hun gave de overdragers bij uitstek zijn. Hierdoor is winti tot op heden als leer filosofisch nauwelijks ontwikkeld. Hedendaagse wintigeleerden verwoorden winti veelal vanuit de optiek: ‘san den kisi fu den bigisma’ in combinatie met hun christelijke achtergrond. Hierin moet natuurlijk dringend verandering komen om verdere verpaupering tegen te gaan. Er moet meer diepgang zijn in de benadering. In winti gaat het om het geloof in Anana Keduaman Keduanpon en de mens staat daarin centraal met z’n leefgewoontes en gebruiken. In het leven gaat het om het overtuigd zijn van wat je doet en weten dat het kwade niet boven het goede mag prevaleren. Niets is groter dan er een gezonde levensstijl op nahouden. Hiermee voed jij jezelf op. Het gaat om goed doen en niet omzien. Het gaat volgens winti niet simpel om het principe: ‘Goed of slecht leven om goed/slecht te sterven’. Door de praktijk van het leven kan de uitkomst een omgekeerde werking hebben. Het is de realiteit die dat zo verwoordt. Natuurlijk mag je als mens verwachten dat je door goed te doen, het goede terug ontvangt. Deze verwachting is een vorm van hopen. Je hoopt dat het kwade ver uit je buurt blijft. In winti geldt namelijk die ene oerwet boven alles en dat is zuiver leven. Een ander ding is weten wat je waard bent en doen wat je doen kunt om vooruit te komen. Ook moet je ervoor zorgen dat je nageslacht het beter heeft dan jij het gehad hebt. Respect hebben voor je verwekkers, meerderen en ouderen zijn belangrijke normen die zin geven. Wat je niet wilt dat een ander je aandoet, mag je een ander ook niet aandoen. Beslis niet voor de ontneming van het leven van een ander, en ontneem niet je eigen leven. Dit zijn allemaal zaken die behoren tot de wintimoraal.

Op literair vlak zien wij dat zich een interculturele (los van etniciteit) en interreligieuze bewuswording op gang begint te komen om kleine schaal. We zijn er nog lang niet. Vergelijk hiermee bijvoorbeeld het lange proces van de verbroederingspolitiek en de alakondre-ideologie: de weg van Alonki, via Anansi, Doedel, De Kom, Birbal, Ketjiel naar de Dyadyaman. Bewustwording houdt verband met een politieke keuze. Religie wordt steeds weer opnieuw gemaakt naar plaats en tijd en dat is fundamenteel om iets van winti en andere religies te kunnen begrijpen. Zo is de kwestie winti en andere religies ook in politieke kaders te plaatsen. Soms is winti een etnisch fenomeen, soms een nationaal fenomeen (zoals inderjaal, kejawen, obiya). Winti kan ook anders functioneren, anders in Paramaribo, Amsterdam of in de Para. Winti functioneerde een eeuw geleden anders dan nu: winti heeft dus in de loop van de tijd diverse rollen en functies gekregen en daarom is het handig steeds generalisaties te vermijden. De historie en de logistiek geven winti telkens weer een nieuwe inhoud en een ander gezicht. In een mensenleven kunnen hele andere visies en praktijken ontstaan, want religie is dynamisch, altijd in beweging zoals ook geloof en cultuur. Vele mensen vullen het begrip winti verschillend in en hebben daartoe alle recht.

Literatuur

R. Berenstein : Relatie: Wintireligie en het Christendom. Berghoek, 2005. ISBN 90 77668 43 8
Dion Cameron: Ik en Mijn God. Een boek over winticultuur. Amsterdam/Paramaribo: Par’ a boto/H. v.d. Boomen, 2006. ISBN 90 809 413 1 X
Henri Stephen: Psychose en Trance. Geestelijke gezondheidszorg op het kruispunt van de Nederlandse en Surinaamse cultuur. Amsterdam, 2006. ISBN 90 800 9608 3
Juliën A. Zaalman: Asayse Nana A Nyamkemponudyima. Hoe Anana zich aan de mens openbaart. Paramaribo: Stichting Tata Kwasi ku Tata Tinsensi, 2007. ISBN 999144903-9.
Juliën A. Zaalman: ‘BàSì Ramon Mac-Nack. Een spirituele biografie’. Paramaribo: Stichting Tata Kwasi Ku Tata Tinsensi, 2010. ISBN 99914-7- 036-8.
Juliën A. Zaalman: A Nyame. Een uiteenzetting van de Winti-leer, 407 pp., omslagontwerp: Jennifer Shields, print en afwerking: Office World. Paramaribo: Stichting Tata Kwasi Ku Tata Tinsensi. ISBN 978-99914-7-164-8.
Edgar Cairo: Kollektieve schuld. Famir’man-sani, 4de druk. Haarlem: In de Knipscheer, 2010. ISBN 978-90-6265-662-2.
Johanna Schouten-Elsenhout: ‘Awese. Light in This Everlasting Dark Moon’; edited and translated, with a prologue and an introduction by D. France Olivieira. Paramaribo, 2010
Nathalie Emanuels, 'Het hart van Eva', pp. 155-157. Amsterdam: Vassallucci, 2004. ISBN 90 5000 504 7
Astrid Roemer. 1987 (eerste druk 1976). Waarom zou je huilen mijn lieve lieve. Conserve.

Kranten

De Ware Tijd Literair, nr. 144 zaterdag 25 augustus 1990
De Ware Tijd Literair, nr. 183 zaterdag 25 mei 1991 De nacht van de winti Thea Doelwijt (V)
De Ware Tijd Literair, nr. 526 zaterdag 11 april 1998 Winti en elite
De Ware Tijd Literair, nr. 544 zaterdag 15 augustus 1998

 

 

 

Clark Accord Foundation Clark Accord

Spiritualiteit is universeel!

***

"De mensheid is de verbintenis tussen
hemel en aarde en ontleent haar bestaansrecht
aan de spirituele beleving."

PERSBERICHT/ UITNODIGING

6e jaarlijkse Clark Accord Lezing
Keynote speaker Jerry Dewnarain

Datum : Maandag 11 mei 2016
Tijd : 19.30 uur
Restaurant : Spice Quest
Dr. Nassylaan 107
Paramaribo, Suriname

Tel. +597 - 520747

***

De Clark Accord Foundation nodigt u uit voor de zesde jaarlijkse Clark Accord Lezing die georganiseerd wordt ter gelegenheid van het feit dat de schrijver Clark Accord, de schrijver van ‘De Koningin Van Paramaribo’, vijf jaar geleden is heengegaan.

Clark Accord is als schrijver van grote betekenis voor de Surinaamse en de Surinaams-Nederlandse gemeenschap. Als geen ander wist hij de noodzaak tot emancipatie en de vergroting van het zelfbewustzijn voor het voetlicht te brengen. Ter ere van zijn nagedachtenis wordt er tijdens deze avond op 11 mei 2016 de Zesde Clark Accord Lezing gegeven.

Met het organiseren van de Clark Accord Lezing geeft de organisatie een podium aan inspirators van verschillende pluimage die passie en betrokkenheid tot een kernwaarde van het leven hebben gemaakt. Dit om vooral in de geest van Accord, het engagement en de liefde voor de mensheid te verspreiden.

Thema voor dit jaar is ‘Winti in de literatuur.’
Keynote spreker Jerry Dewnarain. Hij zal de visie van de schrijvers onderandere Edgard Cairo, Johanna Schouten-Elsenhout, Julien Zaalman op dit thema belichten.

 

Jerry Dewnarain heeft Geschiedenis en Nederlands gestudeerd aan het Instituut voor de Opleiding voor Leraren (IOL) en rondt in 2017 zijn masterstudie Nederlandse Taal en Cultuur af aan het IGSR. Hij is directeur van het IMEAO 5 en redacteur tevens recensent bij het dagblad de Ware Tijd Literair. Dewnarain doceert Moderne Letteren op het IOL en Nederlands op het Polytecnic College in Paramaribo.

 

Debat
Een panel, bestaande uit theoloog Johan Roozer, de schrijvers Robby Parbirsi0ng (Rappa), Tessa Leuwsha en Julien Zaalman, zal met elkaar en de zaal in discussie gaan over het thema ‘Winti in de literatuur’. De discussieleider is de politcoloog Giwani Zeggen.

 

Voordracht, muzikaal en theatraal intermezzo
Leesvoordracht door de winnaars van de Clark Accord Sori Yu Talenti Schrijfwedstrijd. Muzikaal intermezzo van Naks Wan Rutu, Liesbeth Peroti, Rachidi Sanches en Venessa Gravenbeek. Marina Pinas verzorgt een bijzonder intermezzo in de vorm van een kort theaterstuk van de monoloog “De koningin van Paramaribo (De gevallen vrouw bestaat niet)” gebaseerd op Accords beroemde debuutroman. In Tholin Alexanders theatrale bewerking staat de vrouwelijke seksualiteit centraal.

De presentatie is in handen van Rosita Leeflang.

De toegangsprijs bedraagt SRD 75,00 incl. een drankje en een aperitiefje.
Met uw bijdrage steunt u ook het werk van de Stichting CLARK ACCORD FOUNDATION. In verband met beperkte aantal plaatsen adviseren wij u tijdig te reserveren teneinde teleurstelling te voorkomen.
Inschrijving verplicht via This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. of 033085/8714894.
Meer informatie over de lezing vindt u op www.ClarkAccordFoundation.nl.
FB: ‘lustrumviering Clark Accord.’

 

Met dank aan 
Clark Accord Foundation Suriname en Nederland, Nijgh en van Ditmar, Spice Quest, familie Accord en vrienden van Clark Accord.

Meer info kunt u opvragen bij Mavis Accord: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it..